De Mobiele Intensive Care Unit (MICU)

Transport typen (professionals)

Begeleid IC-transport (géén MICU)

Het interklinisch transport van een IC-patiënt, die voldoet aan drie criteria:

  • Adequate oxygenatie (arteriële bloedgassaturatie > 98% bij beademinginstelling: Pmax < 20 cmH2O & peep < 6 cmH2O en fiO2 <of= 0,5) met klinisch acceptabele ademarbeid.
  • Gemiddelde bloeddruk > 70 mmHg bij intra-arteriële bloeddrukbewaking zonder inotropica en/of vullingbehoefte en geen cardiopulmonale resuscitatie in voorafgaande 24 uur.
  • Kennis en inschatting van het ziektebeeld van de IC-patiënt geeft geen aanleiding te verwachten dat de patiënt de komende uren sterk zal verslechteren.

Het "begeleid IC-transport" wordt begeleid door een IC-arts of intensivist (definitie CBO rapport 2006) bekwaam in het uitvoeren van IC-transport, aangevuld met de ambulancebemanning. Het transport wordt uitgevoerd met een reguliere ambulance, compleet met transportventilator en -monitor inclusief intra-arteriële drukbewaking en transcutane O2-saturatie.

Spoed IC-transport (géén Micu)

Het interklinisch transport van een IC-patiënt, waarbij de indicatie van het transport naar een ander ziekenhuis "aanvullende spoedbehandeling" is.
Hierbij dient de te verwachten winst van de behandeling sterk op te wegen tegen het risico van transport zonder Micu. Het uitstellen van het transport voor verdere stabilisatie in afwachting van Micu-transport zou op grond van het ziektebeeld voor de IC-patiënt onverantwoord zijn.
Het betreft de volgende ziektebeelden:

  • Neurologische inklemming op basis van een acuut onstaand cerebraal ruimte innemend proces (b.v. epi/subduraal hematoom)
  • Acute thoraco-abdominale vaatproblematiek
  • Astma cardiale o.b.v. coronairischemie met indicatie voor percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA).
  • Refractaire bloeding met extreme hemodynamische instabiliteit waarvoor interventie-radiologische embolisatie geïndiceerd is.
  • Andere ziektebeelden zijn ter beoordeling door de regionale Micu-coördinator.

Het spoed IC-transport dient zonder uitstel te worden uitgevoerd met de op dat moment meest optimale middelen en begeleiding.

Micu-transport

  • Beademing, anders dan genoemd onder 'Begeleid transport'
  • Inotropie
  • Invasieve drukmeting
  • IABP
  • Kennis en inschatting van het ziektebeeld van de IC-patiënt geeft aanleiding te verwachten dat de patiënt de komende uren sterk zal verslechteren.
  • ECMO/ELS

Indien één of meer van bovenstaande indicaties aanwezig zijn kan er overgegaan worden tot transport